Top

Competitie

Competitie

“Boos liep ze weg van tafel na een spelletje waarbij ze verloor, ondanks dat ik de eerste twee potjes had verloren. Het maakte niet uit, ze was er klaar mee en de term ‘meedoen is belangrijker dan winnen’ leek voor haar op dat moment niet op te gaan.”

 

Winnen en verliezen, vooral verliezen vinden veel kinderen lastig. Kinderen hebben tijd en ervaring nodig om dit te leren. Dat betekent dat jij als ouder boze of verdrietige gezichten kan verwachten als er verloren wordt. Daar is niks mis mee en hoort erbij.
Er zijn kinderen bij wie van jongs af aan winnen belangrijk is. Ze willen winnen en het winnen maakt het spel leuk, niet het spel of de activiteit op zich. Er zijn ook kinderen die een activiteit leuk vinden, omdat het ‘samen doen’ voor hen belangrijker is, het resultaat maakt ze niet zoveel uit. Dat verschil heeft onder andere te maken met de aard van het spel, maar ook met individuele verschillen tussen kinderen.

 

Hoe verloopt de ontwikkeling van spel?

Spelen is voor kinderen belangrijk, ze leren ervan en het helpt ze bij hun ontwikkeling. Of zoals Rita Kohnstamm (ontwikkelingspsycholoog) zegt:

‘Spelen is voor kinderen een serieuze bezigheid, dat wil zeggen dat het kind weliswaar geen moment langer speelt dan het er zin in heeft, maar dat het zó lang het speelt dit belangrijk is voor zijn ontwikkeling, nu en later’.

Spelen is voor een kind bijna één van de belangrijkste dingen die er is, alleen doet het dit voor de lol. Een kind weet niet dat spelen nuttig is, hij doet het uit plezier. Dat het er ook nog een heleboel van leert is mooi meegenomen. Het eerste wat een baby kan is zichzelf bewegen, hij trappelt met zijn voetjes, zwaait met zijn armen waarbij het kind naar zijn ouders kijkt. Het speelse gedrag lokt een reactie uit. Daarnaast geven bewegingsspelletjes jonge kinderen al snel een fijn gevoel. Peuters spelen ongeveer de helft van de speeltijd alleen. Kenmerkend is het parallelspel: Het naast elkaar spelen en elkaar ‘gebruiken’ als speelgoed. Als ze naast elkaar spelen, kijken ze wel naar elkaar, maar zijn vooral bezig met hun eigen ideeën.

 

Kleutertijd

In de kleutertijd doet het spelen volgens regels meestal zijn intrede. En dus vaak ook de eerste kennismaking met winst en verlies. Vanaf ongeveer 4 à 5 jaar leren kinderen omgaan met simpele spelregels. Hier worden onder andere de sociale vaardigheden mee geoefend zoals wachten op je beurt, houden aan afspraken en natuurlijk tegen je verlies kunnen. Vanaf 6 jaar speelt het wedstrijdelement een steeds grotere rol.

 

Oke, niet tegen je verlies kunnen hoort dus bij de ontwikkeling, maar wanneer moeten we er als ouders iets aan doen en hoe doe je dat?
Als je verliest met een spel mag je balen, dat doen wij volwassenen meestal ook, dat hoort erbij. Zodra een kind echter spelletjes uit de weg gaat, omdat het bang is te verliezen en dat niet wil, ontneemt het zichzelf leuke en leerzame momenten. Dat is zonde! Als kinderen onzeker zijn en de lat extra hoog voor zichzelf leggen kan het omgaan met verlies nog lastiger zijn. Kinderen kunnen het dan zien als falen van zichzelf, ze zijn gericht op de prestatie, het resultaat. Ze gaan voorbij aan het moment.

 

Hoe kan jij hiermee omgaan?

Wij geven graag een aantal tips.

  • Speel een tijdje geen spelletjes meer waarbij het alleen om winnen en verliezen gaat, zodat jouw kind weer plezier kan krijgen in het spelen.
  • Als je weer spelletjes gaat spelen waarbij winst en verlies wel een rol spelen, leg dan zo min mogelijk nadruk op het resultaat (winnen of verliezen). Sluit zo’n moment bijvoorbeeld af met: “Dat was gezellig, wie lust er wat lekkers?”
  • Geef jouw kind complimenten op inspanning en niet op het resultaat.
  • Bespreek wat er gebeurt tijdens het spel. Help jouw kind om zijn gevoelens te verwoorden. Jouw kind vindt het moeilijk om te verliezen en daarom doet zij liever niet meer mee. Dat is best logisch, we winnen zelf liever ook altijd, toch? Alleen hoort het bij spelletjes, je kan verliezen en winnen. Dat je met elkaar iets leuks doet is het belangrijkst!
  • Kies een geschikt moment en praat met jouw kind wat er achter zijn gedrag zit. Benoem bijvoorbeeld dat mensen of kinderen kunnen denken wanneer zij een spelletje spelen en verliezen dat zij niet goed genoeg of dom zijn. Probeer de gedachten van jouw kind hierbij te benoemen en de gevoelens die deze gedachten opleveren niet te veroordelen, maar luister.

 

BOOST IT!

Volgt jouw kind de Boostcamp en ben je aan de slag gegaan met tips, maar heb je behoefte aan meer? Bepaal zelf wat jullie nodig hebben en kies jouw Boost op maat.